woensdag 11 juni 2014

De geduldige Buddha


Sinds 2008 ben ik boeddhist. Daarvoor was ik het ook al, alleen niet ‘officieel’.  Als kleine jongen heb ik al heel vroeg van mijn moeder de Boeddhistische levenswijze en zienswijze aangeleerd.  Daar ben ik haar heel erg dankbaar voor. Nu realiseer ik me wat een ongelofelijk wijze lessen en heel veel liefde  ik van haar heb ontvangen en nog steeds ontvang en nog zo veel van haar leer. (Dankjewel.)

 Mijn moeder zegt altijd dat zij een christelijke boeddhist is. Vroeger wilde zij (als klein meisje) dan ook non worden. Het feit dat ze nog steeds zegt dat ze christelijk boeddhist is, vind ik mooi, want hierdoor leerde ik de belangrijkste Boeddhistische lessen: alles is mogelijk en niets is vast:  maak  je eigen geloof wat jou helpt in dit leven door te onderzoeken en te leren. Want geloven in jezelf is het enige en echt het allerbelangrijkste in het hele leven. En dankbaarheid leerde ik via het ‘wees-gegroetje’ en ‘onze vadertje’ wat ik (denk ik) in aangepaste vorm van haar leerde: dankbaar voor de dingen ik die dag heb mogen meemaken en dankbaar ben voor alles wat morgen zou komen..

 Als kleine jongen kreeg via mijn moeder mijn eerste Buddha-beeldje.  Ik moet toen ongeveer 6 of 7 jaar zijn geweest.  Het was  een bijzondere gift van een oudtante (in mijn beleving was ze +/- 90 jaar oud en niet meer dan 1,50m hoog.). Ik heb haar niet vaak gezien, maar ik kende haar op één of ander manier wel heel erg goed.  Het was een Chinees Buddha beeldje. Ze had dit beeldje speciaal voor mij meegenomen toen ze een keer in Nederland was.  Ze had dit beeldje al lang in bezit en vertelde aan mijn moeder dat dit beeldje speciaal voor mij was:  Omdat de Buddha mij veel zou leren.

Het Buddha beeldje had  in  beide oren een gaatje en mijn moeder zei me dat ik alles wat ik maar wilde weten kon vragen aan de Buddha, door het zachtjes en lief in zijn oor te fluisteren. De Buddha zou dan geen wonderen verrichten, maar hij zou mij antwoorden: hij zou het mij wel vertellen en leren. Ik hoefde alleen de vraag te stellen, niet ergens om vragen, en dan zou de Buddha zorgen dat ik zelf wel het antwoord zou krijgen. En ik mocht ook wel mijn wensen vragen en dan zou Buddha alleen naar mij luisteren…

Het was een bijzondere Buddha, want ik weet nog goed dat hij iedere keer anders keek.  Als kleine jongen merkte ik op dat hij ook echt keek. Soms keek ik er wel uren naar, alleen op mijn kamer en het viel mij op dat zijn lach iedere keer anders was: soms breed lachend, dan weer heel uitbundig en soms heel sereen en er waren ook dagen dat hij niet lachte, somber was, peinzend en zelf treurig en huilend. Het raakte mij iedere keer diep van binnen en iedere keer leerde ik meer en maakte het mij sterker en rustiger.

Ik groeide op als tiener, puber en jongvolwassene, volwassene, vader. Ik ontwikkelde andere interesses en begon mee te doen in de competitie-maatschappij. Op school, sport, op straat , studeren, uitgaan en werken. Als was meetbaar en competitief geworden. En ik vond het heerlijk. Overal bij de beste, de eerste, de snelste te willen zijn: (Peter Tosh) Anything you can do, I can do it better: I’am the thoughest!

De Buddha keek en lachte, soms hard soms verdrietig,  maar bleef geduldig wachten..

Hug Guido